Inname dierlijke eiwitten geassocieerd met NAFLD

Een dieet rijk aan dierlijke eiwitten is geassocieerd met een hogere prevalentie van niet-alcoholische vetlever (NAFLD) bij mensen met overgewicht. Dit effect is niet afhankelijk van de energie-inname en andere bekende risicofactoren, zo blijkt uit resultaten van de Rotterdam Studie die onlangs online werden gepubliceerd in Gut. In tegenstelling tot eerdere studies werd geen nadelig effect waargenomen van monosachariden of disachariden.

Leefstijlaanpassingen vormen de hoeksteen van de behandeling van NAFLD. Zo zijn herhaaldelijk positieve effecten aangetoond van gewichtsverlies ≥ 5%. Het ontbreekt echter aan specifieke evidencebased aanbevelingen ten aanzien van de voedingssamenstelling. Om de associatie tussen de inname van individuele macronutriënten en NAFLD te onderzoeken, beoordeelden Louise Alferink en collega’s van het Erasmus MC bijna 4000 deelnemers aan de Rotterdam Studie op (1) de gemiddelde inname van eiwitten, koolhydraten, vetten en vezels door middel van de Food Frequency Questionnaire en (2) de aanwezigheid van NAFLD door middel van echografie, in afwezigheid van excessief alcoholgebruik (> 30 g/dag voor mannen en > 20 g/dag voor vrouwen), steatogene geneesmiddelen (amiodaron, systemische corticosteroïden, methotrexaat of tamoxifen) en virale hepatitis. Om de relatieve bijdrage van een macronutriënt aan het dieet te onderzoeken werd gecorrigeerd voor de energie-inname.

Dierlijk eiwit
In totaal werden 3882 deelnemers geïncludeerd (leeftijd 70 ± 9; 58% vrouw). 1337 van hen (34%) hadden NAFLD, onder wie 1205 met overgewicht. De totale eiwitinname was geassocieerd met NAFLD bij deelnemers met overgewicht na correctie voor sociodemografische en lifestyle-factoren (ORQ4vsQ1 1,40; 95% BI 1,11 – 1,77). Deze associatie werd met name gedreven door de inname van dierlijke eiwitten (ORQ4vsQ1 1,54; 95% BI 1,20 – 1,98). Na correctie voor metabole covariaten bleef alleen dierlijk eiwit geassocieerd met NAFLD bij deelnemers met overgewicht (ORQ4vsQ1 1,36; 95% BI 1,05 – 1,77). Monosachariden en disachariden waren geassocieerd met een lagere prevalentie van NAFLD (ORQ4vsQ1 0,66; 95% BI 0,52 – 0,83). Dit effect nam echter af na correctie voor metabole covariaten en BMI. De resultaten van deze grote studie vormen een aanvulling op het eerdere bewijs voor het belang van de voedingssamenstelling bij NAFLD, onafhankelijk van de calorie-inname. Daarnaast verleggen de bevindingen de focus van koolhydraten en vetten naar het eerder onderbelichte macronutriënt: eiwitten.


  • Bronverwijzing
    1. Alferink LJ, Kiefte-de Jong JC, Erler NS, et al. Association of dietary macronutrient composition and non-alcoholic fatty liver disease in an ageing population: the Rotterdam Study. Gut. 2018 Jul 31. pii: gutjnl-2017-315940. [Epub ahead of print]

Aandachtsgebied:

NAFLD

Onderwerp:

eiwit voeding

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen gastro-enterologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.