Blijvende mutaties na stamceltransplantatie voorspellen progressie MDS

Uit een exploratieve studie bij patiënten met myelodysplastisch syndroom (MDS) blijkt dat het risico op progressie hoger is en de progressievrije overleving lager wanneer 30 dagen na stamceltransplantatie blijvende mutaties worden gevonden in het beenmerg.

Allogene hematopoëtische stamceltransplantatie is de enige curatieve behandeling voor patiënten met MDS. Het is echter onduidelijk welke moleculaire kenmerken ziekteprogressie na de transplantatie kunnen voorspellen. Eric Duncavage en collega’s sequenceten om die reden beenmerg- en huidmonsters van 90 volwassenen met MDS die een allogene hematopoëtische stamceltransplantatie ondergingen na een myeloablatief of ‘reduced-intensity’ conditioneringsregime. Ze onderzochten de aanwezigheid van mutaties voorafgaand aan en 30 dagen na de transplantatie. Het doel van de studie was om vast te stellen of de aanwezigheid van cellen met MDS-geassocieerde mutaties in de eerste periode na de transplantatie was geassocieerd met ziekteprogressie en overleving.

Mutaties voorspellen progressie
Bij 86 van de 90 patiënten (96%) werd voorafgaand aan de transplantatie ten minste één gevalideerde somatische mutatie geïdentificeerd. Van hen hadden er 32 (37%) 30 dagen na de transplantatie ten minste één mutatie met een ‘maximum variant allele frequency’ van ten minste 0,5% (equivalent van één heterozygoot mutante cel per 100 cellen). Patiënten met progressie hadden na 30 dagen mutaties met een hogere maximum variant allele frequency dan patiënten zonder progressie (mediaan 0,9 versus 0%; p < 0,001). De aanwezigheid van ten minste één mutatie met een variant allele frequency van ten minste 0,5% op dag 30 was geassocieerd met een hoger risico op progressie (53,1 versus 13,0%; voor conditioneringsregime gecorrigeerde hazard ratio 3,86; 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 1,96 tot 7,62; p < 0,001) en een lagere 1-jaars progressievrije overleving in vergelijking met de afwezigheid van een dergelijke mutatie (31,3 versus 59,3%; voor conditioneringsregime gecorrigeerde hazard ratio 2,22; 95%-BI 1,32 tot 3,73; p = 0,005). De progressievrije overleving was lager onder patiënten die een ‘reduced-intensity’ conditioneringsregime kregen en ten minste één blijvende mutatie met een variant allele frequency van ten minste 0,5% hadden op dag 30 in vergelijking met patiënten met andere combinaties van conditioneringsregime en mutatiestatus (p ≤ 0,001).

Multivariate analyse bevestigde dat patiënten met een mutatie met een variant allele frequency van ten minste 0,5% die werd gedetecteerd op dag 30 een hoger risico hadden op progressie (hazard ratio 4,48; 95%-BI 2,21 tot 9,08; p < 0,001) en een lagere 1-jaars progressievrije overleving dan patiënten die een dergelijke mutatie niet hadden (hazard ratio 2,39; 95%-BI 1,40 tot 4,09; p = 0,002).


  • Bronverwijzing
    1. Duncavage EJ, Jacoby MA, Chang GS, et al. Mutation Clearance after Transplantation for Myelodysplastic Syndrome. N Engl J Med. 2018;379:1028-41.

Aandachtsgebied:

MDS Stamceltransplantatie

Onderwerp:

mutatie

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen hematologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.