Lefitolimod bij ‘extensive stage’ kleincellig longcarcinoom: IMPULSE-studie

Hoewel in de ‘intention to treat’-populatie geen verbetering van de totale overleving werd waargenomen, werden in de IMPULSE-trial bemoedigende resultaten van lefitolimod gezien in twee subgroepen patiënten met ‘extensive stage’ kleincellig longcarcinoom: patiënten met COPD op baseline en patiënten met een laag aantal geactiveerde B-cellen.

De meeste patiënten met een kleincellig longcarcinoom (SCLC) presenteren zich met uitgebreide ziekte (ES-SCLC). Lefitolimod (MGN1703), een DNA-gebaseerde ‘toll-like’ receptor (TLR) 9-agonist, bevordert mogelijk de aangeboren en adaptieve immuunrespons en zou daarmee de immuungemedieerde controle van restziekte na eerstelijnstherapie kunnen verbeteren. In de IMPULSE fase II-studie werden de effectiviteit en veiligheid van lefitolimod geëvalueerd als onderhoudsbehandeling bij ES-SCLC na een objectieve respons op eerstelijnschemotherapie.

In totaal werden 103 patiënten die vier cycli platinagebaseerde eerstelijnsinductietherapie kregen 3:2 gerandomiseerd tussen lefitolimod-onderhoudstherapie (n = 62) of de lokale standaardzorg (n = 41) tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. Demografische variabelen en responspatronen op eerstelijnstherapie waren in het algemeen vergelijkbaar tussen de groepen. ECOG performance status 0 kwam echter vaker voor in de controlegroep (46,3%) dan in de lefitolimod-groep (30,6%). Daarnaast werd 16,4% van de lefitolimod-patiënten en 43,6% van de controlepatiënten profylactisch bestraald.

COPD en B-cellen
Lefitolimod had een gunstig veiligheidsprofiel en farmacodynamische analyse bevestigde de ‘mode-of-action’ en toonde een duidelijke activatie van monocyten en de productie van ‘interferon-gamma-induced protein 10’ (IP-10). Er werd een trend waargenomen voor een hogere objectieve respons in de lefitolimod- (11,9%) versus de controlegroep (8,1%) met een odds ratio van 1,57. Hoewel in de ‘intention to treat’-populatie geen duidelijk effect van lefitolimod op de progressievrije en totale overleving (OS) werd geobserveerd, werden in twee vooraf gedefinieerde subgroepen wel positieve resultaten gezien van lefitolimod met betrekking tot de OS. Bij patiënten met COPD op baseline was de mediane OS 316 versus 246 dagen in respectievelijk de lefitolimod- en controlegroep, met een HR van 0,48 (95%-BI 0,20-1,17; n = 25 van 103). Ook bij patiënten met een laag aantal CD86+ B-cellen werd een positief effect van lefitolimod waargenomen. Wanneer een afkapwaarde van 15,4% werd gehanteerd was de mediane OS 300 versus 232 dagen en de HR 0,53 (95%-BI 0,26-1,08; n = 38 van 88 geanalyseerd) in het voordeel van lefitolimod. Dit effect werd bevestigd bij verschillende afkapwaarden voor het aantal geactiveerde B-cellen. Volgens de auteurs zijn deze resultaten aanleiding voor verder onderzoek naar de rol van lefitolimod alleen of in combinatie met andere therapeutische benaderingen bij ES-SCLC.


  • Bronverwijzing
    1. Thomas M, Ponce-Aix S, Navarro A, et al. Immunotherapeutic maintenance treatment with toll-like receptor 9 agonist lefitolimod in patients with extensive-stage small-cell lung cancer: Results from the exploratory, controlled, randomized, international phase 2 IMPULSE study. Ann Oncol. 2018 Aug 20. [Epub ahead of print]

Aandachtsgebied:

Longkanker

Onderwerp:

B-cellen COPD lefitolimod SCLC

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen oncologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.